
Vandaag is het 540 jaar geleden dat in Venetië het hart van de collectie arriveerde voor de bibliotheek van de Republiek, de Biblioteca Nazionale Marciana op het San Marcoplein. Kardinaal Bessarione (1402-1492) had in mei 1468 het initatief genomen voor de stichting van de bibliotheek door de schenking van een basiscollectie en bij zijn gift te bepalen dat de verzameling vrij toegankelijk moest zijn voor Venetiaanse geleerden. Op 20 april 1469 arriveerde het geschenk van de kardinaal in Venetië: 30 kisten met zo’n 1000 manuscripten en boeken.

Veertiende-eeuws handschrift, met een illustratie van vechtende ridders.
Op dat moment bestond de boekdrukkunst nog maar nauwelijks. Vermoedelijk zijn de bijbels die Gutenberg in 1453 en 1454 drukte de oudste boeken
ter wereld. Verreweg
het grootste deel
van Bessariones verzameling bestond dan ook uit manuscripten, merendeels in het Grieks en Latijn.
De kardinaal – een byzantijns geleerde, humanist en een van de grootste taalkundigen van zijn tijd – heeft zich zeer ingespannen voor de vertaling en verspreiding van de klassieke Grieken in het Latijn.
Maar om nou te zeggen dat Venetië meteen zo goed op die schat aan kennis heeft gepast? La Serenissima was in de vijftiende eeuw een machtige handelsrepubliek, geleerdheid was niet het eerste waar de dogen zich mee ophielden. Er woonden wel tal van geleerden, maar dat waren vooral buitenlanders – Joden, Armenen en Grieken. En van de gewone Venetianen kon slechts een enkeling lezen en schrijven.
Een eerdere schenking, de complete bibliotheek van de dichter Petrarca (1304-1374), is door verwaarlozing zelfs tot stof vergaan.

De ingang van de bibliotheek.
Het duurde tot 1537 voordat begonnen werd met de bouw van de biblioteca Marciana, een vroeg-Renaissancegebouw naar een ontwerp van Jacopo Sansovino. Maar toen werd het ook grondig aangepakt. Nog voor de eerste steen van het gebouw was gelegd werd er een bibliothecaris benoemd om de collectie te beheren en uit te breiden.
Inmiddels waren boeken voor La Serenissima namelijk ook een handelsbelang; van de 1821 titels die tussen 1495 en 1497 zijn gedrukt waren er 447 afkomstig uit Venetië, Parijs kwam op de tweede plaats met 181 titels.
Ter vergelijking: het eerste Amsterdamse drukwerk dateert uit 1506.
De Venetiaanse drukkers hadden klanten in heel Europa, via het uitgebreide handelsnetwerk van de Republiek kwamen de boeken wel ter plaatse. Wat hielp bij het succes was dat in Venetië meer mocht worden gepubliceerd dan elders in de RK-wereld.
La Serenissima had weinig op met censuur van buitenaf, de dichter/satiricus Pietro Aretino (1492-1558) was bepaald niet de enige die er een veilig heenkomen vond toen hij door de paus in de ban was gedaan en uit Rome moest vluchten om niet gevangen te worden gezet. Censuur en internationale handelscontacten gaan nu eenmaal slecht samen, daar was de Republiek terdege van doordrongen.

De leeszaal van de Biblioteca Marciana.
In 1603 nam Venetië als eerste staat ter wereld een wet aan die de drukkers verplichte om van elk boek dat ze hadden gedrukt, een exemplaar af te staan aan de bibliotheek. De collectie voer er wel bij. De verzameling omvat nu ruim een miljoen boeken waaronder zo’n 13.000 manuscripten, 2884 incunabelen en circa 24.000 boeken die tussen 1500 en 1600 zijn gedrukt.
Het is nog steeds een wetenschappelijke bibliotheek, toegang is voorbehouden aan wetenschappers en studenten. Maar voor wie toch graag iets van de binnenkant wil zien is - na afspraak – een begeleide rondleiding mogelijk door de ‘monumentale zalen’ van het gebouw. Inlichtingen zijn te krijgen bij de aangrenzende musea op het San Marcoplein: museum Correr, het Dogenpaleis en het Archeologisch museum.
Laatste reacties